| |
2.1. Tochten voor beginnende kanovaarders
De lengte van een vaartocht zal in het algemeen niet meer dan 20 kilometer
bedragen.
Er zijn voor de tochtbegeleiding minimaal twee ervaren vaarders aanwezig.
De vaarsnelheid wordt aangepast aan de langzaamste vaarder.
De toerbegeleiding zal adequaat handelen bij snelle weersveranderingen
|
| |
2.1.1. Eisen voor beginnende kanovaarders
De eisen voor deelname aan tochten op vlak water zijn:
- de deelnemer moet goed kunnen zwemmen
- de kano en peddel moeten in goede staat verkeren, de kano moet voldoende
drijfvermogen bezitten
- de deelnemer moet voldoende kanovaardigheden (bootbeheersing) bezitten
om deel te kunnen nemen
- de deelnemer heeft droge kleding voorhanden, waterdicht verpakt
- de deelnemer heeft voldoende eten en drinken mee
|
| |
2.2. Tochten voor gevorderde kanovaarders
Dit zijn in het algemeen wat langere tochten en kunnen met iets hogere
snelheid worden gevaren
De toerbegeleiding zal adequaat handelen bij snelle weersveranderingen
|
| |
2.2.1. Eisen voor gevorderde kanovaarders
Naast de eisen zoals die gelden voor een beginnend kanovaarder, wordt
van de deelnemer verwacht dat hij/zij over voldoende conditie en techniek
beschikt om bij aanwakkerende wind mee te kunnen blijven varen
|
| |
2.3. Grootwatertochten
Voor tochten op groot water gelden, naast de bovenstaande eisen onder
2.1 en 2.2. de volgende algemene voorwaarden:
- de toerbegeleiding beschikt over de kennis en/of kaarten van het te
bevaren water
- de toerbegeleiding is per telefoon bereikbaar
- de toerbegeleiding annuleert tochten in principe bij windkracht 5
en hoger
- de toerbegeleiding zal adequaat handelen bij snelle weersveranderingen
|
| |
2.3.1. Eisen voor grootwater kanovaarders
- de deelnemer beschikt over een kano die geschikt is voor grootwater,
en voorzien van grijplijnen, waterdichte compartimenten (afgescheiden
door schotten of luiken en toggels voor en achter
- van de deelnemer wordt verwacht dat hij/zij voldoende conditie heeft
om de gehele tocht tegen wind en hogere golven te kunnen varen
- van de deelnemer wordt verwacht dat hij/zij de lage en hoge steun
en de X- en H-redding beheerst
- van de deelnemer wordt verwacht dat hij/zij een andere deelnemer in
geval van calamiteit kan slepen en hiertoe bereid is
- van de deelnemer wordt verwacht dat hij/zij kennis heeft van kaart,
kompas, betonning en de gevolgen van snelle weersveranderingen
- de deelnemer beschikt tijdens de tocht minimaal over een goed sluitend
spatzeil, een zwemvest met fluitje, een neopreen pak, voldoende droge/warme
kleding waterdicht verpakt, een reddingszak, een sleeplijn(7,5 á
10 m.), een (losse)pomp of hoosblik, een EHBO-setje, tape en gereedschap
voor reparaties ter plekke en voldoende eten en drinken.
|
|
3. OVERTREDINGEN VAN HET TOERREGLEMENT
Overtredingen worden als volgt afgehandeld:
- tijdens de tochten handelt de toerbegeleiding naar bevinden
- de toercommissie rapporteert schriftelijk aan het bestuur, de overtreder
wordt daarvan in kennis gesteld.
- het bestuur neemt vervolgens een beslissing over eventueel hernieuwde deelname
Versie: 2005
|